Karin van Ringen
(1 november 1953 – 17 maart 2017)

Een ‘grande dame’ zo blijft ze in de herinnering van haar vele vrienden. Keurig ook, met een toon en woordkeus die haar achtergrond: Wassenaar, studentenvereniging Minerva, niet verdoezelde. Zeer tactvol meestal. Gelukkig kwam er uit haar mond ook nu en dan iets heel vileins, maar gepresenteerd op een wijze waardoor de aangesprokenen zich dat vaak pas uren later realiseerden.
Maar over het algemeen: zachtaardig. Dat had ze niet van huis uit meegekregen. Het was geen eenvoudige jeugd. Haar vader stierf jong. Karin heeft er nog een hartverscheurend liedje over geschreven.
Het eerste couplet:

Ik was vijf nog net geen zes,
mijn wereld draaide om mijn vader.
Alles wat ik kon en wist en voelde had ik eerst van hem geleerd.
Ik riep hem met mijn eerste woordje, leerde lezen uit zijn krant.
Werd wegwijs in het leven aan zijn warme zachte hand.
O wat ik kon hem bewonderen
Alleen al door dat handgebaar,
waarmee hij in gedachten streelde door zijn dunne blonde haar.
Hij was mijn held, mijn eigenwaarde,
hij was alles hier op aarde
en mijn allerliefste plek
was met mijn handen om zijn nek.

Haar moeder was dat niet uit roeping. Ach, kennis is vaak begrijpen maar het kan moeite kosten.
Rechtenstudie in Leiden, griffier in Amsterdam. Over haar president daar destijds, Ben Asscher, schreef ze in het blad Argus. “Er waren rechters die, als zij zich tijdens de zitting een beetje verveelden, stilletjes een briefje schreven aan de griffier met: ‘Heb je de sokken van die advocaat gezien?’ Of: ‘Hoeveel bladzijden heeft de pleitnota nog?’ Verveelde Asscher zich even tijdens het pleidooi van de advocaat, dan tekende hij graag de mooie vrouw die hij op dat moment in de zaal zag zitten. Hij kon goed tekenen. Goed schrijven ook overigens.”
Karin schreef zelf prima, met gevoel voor anekdotiek. Toen ze later, overigens zeer tegen haar verwachting in, in Amsterdam rechter werd schreef ze boekjes over vertrekkende collega’s. Kleine oplaag, maar inmiddels in het Stadsarchief te lezen.
Als rechter - ze bracht het tot vice-president – zocht ze het vooral in bemiddeling. Als strafrechter probeerde ze, wellicht meer dan collega’s, begrip voor de verdachte op te brengen. Haar laatste juridische activiteit – ze was al zwaar ziek - was haar lidmaatschap van de beroepscommissie van het Bureau Kredietregistratie. Een registratie kan mensen breken. Ze heeft het daar voor menig arme drommel opgenomen.
Ook particulier een hoogst sociale dame. In staat tot vriendschappen met de meest uiteenlopende figuren, van doorgewinterde communisten tot Theo van Gogh. Haar laatste jaar had ze nog een aardige band met Mohammed, haar vaste taxichauffeur. Die wilde met haar trouwen, dat vond ze weer wat ver gaan.
Een zeer welkome gast bij de cafés de Engelse Reet en De Zwart. Maar een heel enkele keer ging dat wat ver maar dan waren er altijd vrienden die haar naar huis brachten: ‘Rechter in goot aangetroffen” leek niemand een aantrekkelijke krantenkop.
Haar ziekte ging niet ten koste van haar levenslust. Vakanties, uitstapjes naar Frankrijk, bijvoorbeeld naar de champagne-ondernemers in hun kasteel waar ze jaren au pair was geweest. Graag reizend in haar sportieve cabriolet.
Saillant: De kerst van 2014 vierde ze met haar moeder, haar broer en haar stiefvader. Ze had een maand eerder gehoord hoe beroerd de zaken ervoor stonden en ze dacht: wat gek dat ik nu de eerste ben van dit stelletje dat sterft. Uiteindelijk bleek ze de laatste te zijn.
Ze overleed op haar bank. Zonder hardhandigheid dacht de arts. Een uur voordien had ze nog zeer goedgehumeurde mailtjes gestuurd.

Karins lied In de hemel, op muziek gezet en gezongen door Paul van de Lint, is hier te horen.



Op 17 juli 2018 kreeg het Fonds een mailtje:


“Mijn naam is Deborah. Op 16 februari 2007 stond ik, toen 27 jaar, voor rechter-commissaris mr. K.D. van Ringen.
Ik had torenhoge schulden en ik zat er met een verhaal.
Mevrouw van Ringen was streng en voelde mij aan de tand. Als de dag van vandaag kan ik mij alles nog zo goed herinneren.
De vraag was of ik niet opnieuw in de schulden zou komen en of mevrouw van Ringen mij toe zou laten tot de WSNP, de schuldsanering..
Twintig minuten na de zitting: Mevrouw van Ringen besloot mij toe te laten.
En vanaf dat moment ben ik haar nog elke dag intens dankbaar. Ik ben drie jaar later met een schone lei begonnen en ik ben elf jaar later nog steeds schuldenvrij.
Ik merk aan mijzelf dat ik er mee bezig ben hoe dat toen is gegaan, en heb de stoute schoenen aangetrokken en heb gebeld met de rechtbank. Ik vertel dat ik op zoek ben naar mevrouw Van Ringen.
Ik word doorverbonden en mijn hart gaat sneller kloppen. Ik krijg iemand aan de lijn en ik vertel wie ik ben en dat ik op zoek ben naar mevrouw Van Ringen en waarom. Al snel vertelt de medewerkster mij dat mevrouw van Ringen vorig jaar helaas is overleden.
Van een snel kloppend hart naar tranen in mijn ogen hang ik de telefoon op.
Via Google zie ik dat er prachtige fonds is en ik ga op zoek naar contactgegevens omdat ik toch graag mijn verhaal wil delen.
Graag wil ik u en uw collega's laten weten dat ik mevrouw Van Ringen altijd een warm hart toe zal dragen en haar nooit zal vergeten omdat ze mijn leven heeft gered.
Te allen tijde zal ik haar dankbaar zijn voor het tweede leven dat ik heb gekregen.
Heel veel succes gewenst met het mooie werk met betrekking tot het fonds.
Deborah